De reis naar Abilène

Op een hete middag tijdens een bezoek aan de schoonfamilie in Coleman (Texas) is de familie gezellig domino aan het spelen op de veranda, totdat Woudloper, de schoonvader, het voorstel doet naar Abilene [85 kilometer naar het noorden] te rijden voor het avondeten.
Eve, de vrouw, zegt beleefd: “Klinkt als een geweldig idee.”
Haar man Philip voelt zich bezwaard, want de rit is lang en heet, maar denkt dat zijn voorkeur ingaat tegen de wens van de groep en zegt: “Klinkt als een goed idee, ik hoop maar dat je moeder geen bezwaar heeft, Eve.”
Annabel, de schoonmoeder zegt vervolgens: “Natuurlijk wil ik gaan. Ik ben in lange tijd niet in Abilene geweest.”

De rit is warm, stoffig, en lang. Wanneer ze aankomen bij de cafetaria, is het eten net zo slecht als de rit. Ze komen vier uur later uitgeput weer thuis. Een van hen zegt formeel: “Het was toch wel een fantastische reis, of niet?”

Annabel, de schoonmoeder, antwoordt: “Eigenlijk, was ik liever thuis gebleven, maar ik ging mee, omdat de andere drie zo enthousiast waren”.
De man Philip zegt: “Ik voelde me al bezwaard te gaan; ik ging alleen mee om jullie een plezier te doen.”
Eve antwoordt: “Ik ging mee omdat Woudloper het vroeg, zelf was ik nooit zo gek geweest in deze hitte een rit te gaan maken.” Waarop Woudloper vertelt dat hij het plan bedacht had, omdat hij dacht dat de anderen zich verveelden.

De groep wordt stil, perplex dat ze samen besloten hadden een trip te maken die geen van hen wilde. Zij hadden elk liever comfortabel op de veranda gezeten, maar gaven dit niet toe, toen ze nog de tijd hadden om van de middag te genieten.

Bron: Wikipedia